Trefwoord 2006-2007/2
Aan één laars heb je niets!

Het heeft de hele nacht geregend in het Kleurkabouterbos. Van die dikke, mooie, natte druppels. Overal glinsteren grote plassen in de zon.
‘Spetter, spatter, pli-pla-plons!’ klinkt het door het bos. Vrolijk springen de kleurkabouters door de plassen naar school. Springen in plassen vinden ze het leukste dat er is. Gelukkig hebben ze hun laarzen aan. Zo blijven hun voeten lekker droog.

Bij de grote, holle, bolle kabouterschoolboom staat Juffrouw Bosbes buiten voor de deur. Ze kijkt door haar bril naar de vieze natte laarzen van de kabouterkinderen.
‘Laarzen uit!’ roept ze. ‘Ik wil geen smeerboel in de klas. Zet ze maar netjes bij elkaar dan raak je ze niet kwijt.’
Maar kabouter Rood luistert niet goed. ‘Hopla!’ roept hij als de juf weg is. Hij trekt een rode laars uit en gooit hem buiten ergens neer. Dat was leuk! ‘Wie zijn laars het verst weg kan gooien heeft gewonnen!’ roept hij. Hij pakt zijn tweede laars en gooit hem heel hoog in de lucht.


Trefwoord 2006-2007/4
Zomerfeest voor alle dieren

‘Hebben jullie het al gehoord! Wij mogen morgen niet naar het zomerfeest!’ Boos stampt papa Kakkerlak met alle zes zijn poten op de grond. ‘Alle dieren van het bos zijn uitgenodigd. Behalve wij.’
‘Maar waarom mogen wij dan niet komen?’ vraagt mama Kakkerlak.
‘Omdat… omdat…’ Papa Kakkerlak struikelt over de woorden. Zo boos is hij. ‘Omdat ze vinden dat wij stinken,’ roept hij uiteindelijk.
‘Stinken?’ Japie, de jongste Kakkerlak kijkt verbaasd op. Dan snuft hij aan zijn zus, Kaatje. ‘Ik ruik niks,’ zegt hij. Japie tilt zijn voorpoot op. ‘Ruik jij iets aan mij?’ vraagt hij. Hij duwt zijn schild onder Kaatjes neus. Kaatje snuft. ‘Je ruikt naar Kakkerlak.’
‘Precies!’ roept papa. ‘Natuurlijk ruiken wij naar Kakkerlak. Want dat zijn we ook.’ Trots strijkt papa Kakkerlak met zijn pootje over zijn harde, bruin-zwarte schild. ‘En een feest in het bos is voor iedereen die er woont. Dus ook voor ons. En daarom gaan wij ook naar het feest.’


Trefwoord 2007-2008/
Beloofd is beloofd

‘Mam,’ vroeg Joost, ‘wánneer wordt mijn kamer nu eens opgeknapt?’
‘Heel snel lieverd.’ Zijn moeder raapte een verdwaalde sok van de vloer en stapelde alle boeken netjes op zijn bureau. ‘Hoe was het bij Gijs? Hebben jullie vanmiddag leuk gespeeld?’ vroeg ze. Ze zette wat auto’s en knuffels recht op een plank en schoof de bureaustoel netjes onder het bureau. ‘Je speelt vaak bij hem hè. Waarom nodig je hem hier niet eens uit? Dat vind ik ook gezellig hoor.’
‘Hoe kan ik mijn vriendjes hier nu mee naartoe nemen!’ riep Joost. Met een boze blik keek hij naar de zachtroze muren met afbeeldingen van prinsesjes in zwierige nog rozere jurken. Een overblijfsel uit de periode dat zijn zus hier nog sliep.
‘Ik sta toch giga voor paal!’ mopperde hij.
Zijn moeder zuchtte. ‘Als je vader vakantie heeft dan knappen we je kamer op. Echt waar. Dat beloof ik. Dan maken we er een kunstwerkje van.’
‘Een kunstwerkje!’ riep Joost. ‘Dat hebben jullie al tien keer beloofd! Ik zit hier nu al vier jaar en er is nog steeds niks gebeurd.’


Trefwoord 2007-2008/3
Groot genoeg

Indy schoof de bruine korstjes van haar brood heen en weer over haar bord. Ze hoopte dat ze hierdoor kleiner zouden worden of misschien wel zouden verdwijnen maar er gebeurde niets. Ze bleven met even veel, even lang en even taai. Bah! Wie had korstjes ooit uitgevonden! Die hoorden niet bij brood. Brood hoorde zacht en klef te zijn zodat het glad en soepel door je keel heen gleed. Niet van die harde stukken waar je uren op moest kauwen en waar een bittere smaak aan zat. Op het zachte gedeelte van brood kon je tenminste lekkere dingen leggen zoals hagelslag of gekleurde muisjes. Maar op die smalle harde randen bleef dat allemaal niet zitten. Dus wat hield je dan over… Ze staarde naar haar bord. Precies! Deze saaie taaie vieze korsten. Ze zuchtte en schoof de stukken voor de zoveelste keer heen en weer. Met een schuin oog keek ze naar mama. Die was druk bezig om Daan havermoutpap te voeren. Daan had zo te zien ook niet veel trek. Elke keer als mama met een lepel naar zijn mond toekwam, opende hij zijn mond maar zodra ze de lepel leeggoot draaide hij snel zijn hoofd om. De pap kwam overal terecht behalve in zijn mond.