‘Pap, wakker worden.’ Ivander was al aangekleed en schudde aan zijn vaders schouder. Het was acht uur maar zijn vader leek niet van plan om al uit bed te komen.
‘Pa-hap!’ Ivander duwde hem heen en weer.
‘Huh?’ mompelde zijn vader onder de deken.
‘Ik moet je wat vertellen.’
‘Uhu.’
‘Er zit een monster in het meer.’
‘Uh.’
‘Echt waar hoor! Ik heb hem vannacht zelf gezien.’
‘Uhu.’
‘Ik wil hem gaan vangen.’
‘Uh.’
‘Met jou.’
‘Uh.’
Ivander liet de schouder los. Hij had gehoopt dat zijn vader bij dit nieuws meteen uit bed zou springen maar alles wat hij zei was uh. Alsof hij hem niet geloofde. Ivander dacht even na. Hij hád toch een monster gezien vannacht? Hij liep terug naar zijn bed en keek achter het gordijn. Een rimpelloos meer staarde hem aan. Hoe goed hij ook keek, niets wees op een monster en in het daglicht zag alles er ineens heel anders uit. Had hij het dan gedroomd?
‘Ivander,’ mompelde zijn vader met slaperige stem.
Ivander keek over zijn schouder.
‘Ja?’
‘Er bestaat maar één monster. En dat ben jij.’ Zijn vader grinnikte, hoewel het meer op het geknor van een varken leek. Daarna draaide hij zich nog eens om in zijn bed.
‘Ha, ha, ha,’ mompelde Ivander. ‘Errug grappig.’
Hij sprong van zijn bed en liep de kamer uit. Misschien moest hij vannacht om twaalf uur nog maar een keer kijken of er iets gebeurde.
Beneden in het hotel was het nog stil. Ivander zocht de ontbijtzaal op en ging aan een tafeltje zitten. Hongerig pakte hij een broodje uit een mandje toen hij achter zich in de keuken een meisjesstem hoorde.
‘Ik heb het echt gezien, pap. De witte flitsen kwamen uit het midden van het meer. En daarna kwam een grote golf. Het moet het werk van de Vrouwe van het Meer zijn die het zwaard, de Excalibur in de lucht houdt. Ze wil iets zeggen. Dat kan niet anders.’
Ivanders nam een hap brood. Zie je wel! Hij was niet gek. Er was vannacht echt wel iets gebeurd in het meer.
‘Ruby, hoe vaak moet ik je nu nog vertellen dat de Vrouwe van het Meer een legende is. En een legende is een verhaal dat nooit bewezen is èn dus niet waar. Je fantasie slaat weer eens op hol,’ antwoordde een man.
‘Net als die van jou zeker,’ antwoordde Ruby.
‘Pardon?’ zei de man.
‘Jij verzint toch ook dat dit hotel oorspronkelijk het kasteel is van Koning Arthur terwijl je het zelf drie jaar geleden hebt laten bouwen,’ zei Ruby pinnig. ‘Met je mooie verhalen over de bijzondere ronde tafel in die ene kamer. Tss…’
Ivander verslikte zich. Was dit niet het oorspronkelijke kasteel van Koning Arthur? Was dit echt pas drie jaar oud? Hij hoestte en een stuk brood schoot uit zijn keelgat. Nijdig kauwde hij het weg. Dat was al de tweede keer dat hij in de maling was genomen!
De man grinnikte. ‘Dat is om extra toeristen te lokken want zoals je weet, gaat het nog niet zo goed met het hotel. En trouwens, Koning Arthur heeft wel degelijk bestaan en op deze plek gewoond,’ antwoordde hij.
Ivander kauwde zonder iets te proeven. Hm… toch nog iets wat waar was.
‘Waarom geloof je wel in hem maar niet in de Vrouwe van het Meer die de Excalibur heeft,’ vroeg Ruby fel.
‘Omdat er geen vrouwen in een meer kunnen wonen. Geen gast die daar intrapt. Dus ik weet niet wat je hebt gezien vannacht, maar het zal wel iets in je dromen zijn geweest, lieve, mooie fantast van me.’
De deur van de keuken zwaaide open.
‘Kijk eens,’ zei de man. ‘Daar zit een meisje alleen te eten. Misschien kun je haar gezelschap houden en daarna iets van ons hotel laten zien.’
Ivander keek om zich heen. Hij had helemaal geen meisje gezien. En nog steeds niet. Uit de keuken kwam een lange man. Achter hem liep een meisje met vlammend rood haar tot halverwege haar rug.
‘Oh sorry,’ zei de man tegen Ivander. ‘Vanaf de achterkant dacht ik even dat je een meisje was. Je haar… Zijn stem stierf weg.
‘Tsss,’ siste Ruby weer. Ze draaide haar ogen omhoog alsof ze de blunder van haar vader niet kon geloven.
‘Jij moet Ivander zijn,’ ging haar vader verder. ‘Je vader heeft me gisteravond al van alles over je verteld. Dat je een echte ridderfan bent. Nou, dan zit je hier goed in het kasteel van Koning Arthur. En slapen jullie ook niet op zijn speciale kamer met dé ronde tafel?’
Ivander hield zijn lippen stijf op elkaar. Alsof hij daar nu nog intrapte.
Ruby haalde haar neus heel hard op en liep bij haar vader vandaan. Ze plofte neer aan het tafeltje bij Ivander.
‘Let maar niet op hem,’ zei ze. ‘Hij fantaseert alles bij elkaar. En dan vindt hij het raar dat zijn dochter het ook doet. Alleen zij fantaseert niet.’ Ze sloeg haar armen over elkaar en keek bokkig voor zich uit.
Haar vader schudde glimlachend zijn hoofd, zette een bak met bestek neer op een tafel en ging terug de keuken in.
‘Ik heb het gezien,’ fluisterde Ivander.
Ruby keek hem met een schuin oog aan. ‘Dé ronde tafel is hier helemaal niet, sufferd,’ zei ze ongeduldig. ‘Hoe kunnen er nu twaalf ridders aan dat kleine ding zitten.’
‘De flitsen op het meer,’ zei Ivander. ‘En die hoge golf. Ik heb het ook gezien.’
Ruby’s mond bleef openstaan zonder dat er geluid uit kwam en haar groene ogen schitterden.
‘Maar volgens mij kwam het omdat er een monster in het meer zit,’ ging Ivander verder. ‘Die rode flits was de weerkaatsing van zijn oog, de witte flitsen waren zijn schubben die glinsterden in het maanlicht en die golf kwam omdat hij onder water dook.’
Ruby schudde haar hoofd. ‘Monsters bestaan niet,’ zei ze.
‘Vrouwen die in een meer wonen ook niet,’ antwoordde Ivander.
Ruby’s ogen knepen zich samen tot spleetjes toen ze hem nauwkeurig opnam. Ivander nam nog een hap van zijn broodje en stoorde zich niet aan haar.
‘Meisje,’ zei Ruby na een minuutje
‘Fantast,’ zei Ivander met volle mond.
Ruby trok haar gezicht in een grijns en stak haar hand uit.
‘Ruby,’ zei ze. ‘Welkom in ons hotel.’
Ivander pakte de hand. Hij zou zich hier vast niet gaan vervelen als zijn vader moest werken.