Het is fijn om piraat te zijn omdat… Nick kauwde op de achterkant van zijn pen en dacht na over het antwoord. Omdat je huis een schip is? Mmm, beetje slap. Omdat je kunt boeren en winden zonder dat je moeder er iets van zegt? Mmm… Ook niks. Hoe kon hij de slagzin nu het best afmaken? Het moest natuurlijk wel een beetje origineel zijn, anders won hij het nieuwste computerspel over piraten nooit. Hij dacht nog even na maar kon niets grappigs bedenken. Dan eerst maar eens kijken of hij antwoord op de gewone vraag kon geven.
Wat is de echte naam van Zwartbaard? Dat had hij ooit wel eens ergens gelezen. Hij sprong van zijn bed en opende de grote houten kist waar al zijn piratenspullen in opgeborgen lagen. Onder een stapel kleren trok hij het piratenboek tevoorschijn en bladerde er doorheen. Edward Teach alias Zwartbaard, de meest gevreesde piraat ter wereld. Dat was het. Snel schreef hij het antwoord op de kaart. Nu nog die slagzin.
Een kwartier verder was de achterkant van zijn pen opgekauwd, lagen er bergen papier met slappe teksten op de grond en was de slagzin nog steeds niet ingevuld. Hij keek op zijn horloge. Als hij nog een kans wilde maken op de prijs moest hij de kaart nu op de bus doen. Morgen was de sluitingsdatum. Nog een keer goed nadenken. Waar dacht hij aan bij het woord piraat? Er moest toch iets zijn. Hij liep naar de kist, trok er een zakdoek uit die hij over zijn zwart krullende haar gooide en bond een ooglapje voor. Met een zwaard omhoog en een hand in zijn zij, ging hij voor de spiegel staan. ‘Het is fijn om piraat te zijn…’ riep hij tegen zijn spiegelbeeld. Hij zwiepte het zwaard een paar keer voorlangs. ‘Omdat…?’ Tja… Hij liet het zwaard zakken. Waarom droomde hij er altijd van om piraat te worden? Natuurlijk! Het lag zo voor de hand dat hij het niet had gezien. ‘Avontuur!’ Dat was het woord waar hij naar zocht.
Nick grijnsde tegen zichzelf. Het zwaard ging omhoog en met de punt prikte hij tegen de spiegel in zijn buik. ‘Ahrg…’ riep hij. Langzaam viel hij op de grond en deed alsof hij doodging. Een acteur zou het niet beter kunnen. Hij wierp het zwaard in de kist en trok het ooglapje af. Bij het woord piraat hoorde het woord avontuur. Schatten zoeken, de hele wereld overvaren, af en toe een schip veroveren. Enthousiast zette hij zijn pen op de kaart en begon te schrijven.
Het is fijn om piraat te zijn omdat je dan spannende avonturen beleeft. Hij las de zin nog een keer hardop na. Lekker origineel! Hoe had hij dat nu kunnen verzinnen? Nou ja, nu het stond er al en beter iets dan niets. Misschien viel het daardoor juist wel op.
Met de kaart in zijn hand rende hij naar beneden. ‘Mam, heb je een postzegel voor me? Ik moet deze prijsvraag vandaag nog op de bus doen.’
Zijn moeder liep naar het bureautje in de kamer en haalde er een postzegel vandaan. ‘Blijf je niet te lang weg? We gaan over een uurtje eten.’